
De toenemende voorschrijving van GLP-1-analogen voor de behandeling van obesitas brengt nieuwe psychosociale vraagstukken met zich mee.
Een studie van Rice University, gepubliceerd in het International Journal of Obesity, toont aan dat patiënten die dankzij deze farmacotherapeutische behandelingen een klinisch significante gewichtsafname bereiken, te maken krijgen met ernstige sociale stigmatisering.
De studie laat zien dat personen die gewicht verloren met behulp van GLP-1-agonisten veel negatiever worden beoordeeld dan mensen die afvielen via ingrijpende veranderingen in levensstijl, zoals dieetmaatregelen en lichaamsbeweging. Nog opvallender vanuit klinisch oogpunt is dat patiënten onder behandeling met meer vooroordelen worden bekeken dan personen die helemaal geen gewichtsverlies hebben bereikt. De ongefundeerde overtuiging dat het gebruik van deze geneesmiddelen een “gemakkelijke oplossing” zou zijn, lijkt de belangrijkste drijfveer achter deze sociale bestraffing.
Daarnaast leidt het stopzetten van de behandeling — wat vaak gebeurt door hoge kosten, beperkingen vanuit de verzekering of ongewenste bijwerkingen — tot gewichtstoename, die op haar beurt eveneens sterk gestigmatiseerd wordt, ongeacht de oorspronkelijke methode van gewichtsverlies.
Deze bevindingen hebben directe klinische implicaties. Gewichtsgerelateerde stigmatisering hangt samen met aanzienlijke psychologische morbiditeit (stress en schadelijke copingstrategieën) en met het vermijden van medische zorg. Daarom is het cruciaal dat zorgverleners deze psychosociale dimensie meenemen bij het voorschrijven van GLP-1-agonisten, om dergelijke vooroordelen te helpen ontkrachten en de therapietrouw van patiënten te optimaliseren.
Delen via e-mail